Toegankelijkheid is de eigenschap van de gebouwde omgeving die maakt dat mensen - divers als ze zijn - er kunnen doen wat ze er volgens de bestemming moeten kunnen doen" (definitie uit het Handboek voor Toegankelijkheid)
De bedoeling van toegankelijkheid is dat wij als mensen, hoe verschillend ons lijf of brein ook is, in staat zijn om in de gebouwde omgeving te doen wat we er willen of moeten doen.
Als we bij ontwerpen of bouwen uitgaan van een volwassene met een gemiddelde lichaamsbouw en gemiddelde mogelijkheden, dan sluiten we - vaak onbewust - mensen onnodig uit.
Omdat mensen zo verschillend zijn in hun mogelijkheden om waar te nemen, te begrijpen en te handelen, is het logisch om van ‘kritisch gebruik’ uit te gaan: rekening houden met onze diversiteit. Wat voor de één absoluut nodig is, is voor de ander gewoon prettig.
Voor sommige gebouwen, zoals een zorginstelling, een kinderdagverblijf of een laboratorium zijn hele specifieke (ergonomische) criteria nodig. Daarvoor zijn aparte richtlijnen en is specifiek advies nodig.
Zorg voor meerdere alternatieven. Zichtbare informatie kun je ook voelbaar of hoorbaar maken en de combinatie van een lift met een helling zorgt voor een alternatief en een grotere betrouwbaarheid en bruikbaarheid.
Toegankelijkheid voor iedereen betekent bijna altijd dat iedere gebruiker profiteert. Als er sprake is van conflicterend belang, zorg dan dat er een alternatief of een specifieke voorziening voor een gebruikersgroep is die anders niet mee kan doen.
We nemen iets waar, we verwerken wat we waarnemen, en vervolgens doen we iets. Dat moeten we praktisch, veilig, gezond en comfortabel kunnen doen. Hieronder staan de grenswaarden met ‘kritisch gebruik’ als uitgangspunt.