Verlichting

Gelijkmatigheid

Contrast

Redundantie

Zichtbare informatie op een andere waarneembaar maken voor blinde en slechtziende mensen:

Verlichting

criterium
oriëntatie buiten ≥ 10 lux op het loopoppervlak
markeringsverlichting buiten ≥ 50 lux op het te markeren object (ook oversteekplaatsen)
oriëntatie binnen ≥ 50 lux op het loopoppervlak
markeringsverlichting binnen ≥ 100 lux op het te markeren object
taakverlichting van 200 tot 2000 lux op het werkvlak

Gelijkmatigheid

criterium
verlichtingsniveaus tussen twee aaneengesloten ruimten ≤ 1:3
helderheidscontrasten reflectiefactoren van grote naast elkaar gelegen vlakken ≤ 1:3
reflectiefactoren ter oriëntatie (bij diffuus wit licht)
nieuw wit pleisterwerk: 0,70 - 0,80
beton: 0,25 - 0,40
baksteen: 0,10 - 0,30
hout (donker tot licht): 0,10 - 0,65

Contrast

criterium
helderheidscontrast verschil in reflectiefactor tussen markering en ondergrond ≥ 0,30
reflectiefactoren ter oriëntatie (bij diffuus wit licht)
wit: 0,85
zwart: 0,04
rood (donker tot licht): 0,10 - 0,35
geel (donker tot licht): 0,30 - 0,70
groen (donker tot licht): 0,05 - 0,60
blauw (donker tot licht): 0,05 - 0,50
zeer geschikte kleurmarkering:
geel met blauw
lichtgroen met donkerrood
lichtgroen met zwart
ongeschikte kleurmarkering:
rood met groen
(donker)rood met zwart

Gebruiken

Zien

Kijken

Horen

Tasten

Welbevinden

Begrijpen

Voortbewegen

Keren

Stijgen en dalen

Staan, zitten, liggen

Bedienen

Routes

Ruimten

Objecten

Zien | Kijken | Horen | Tasten | Welbevinden | Begrijpen | Voortbewegen | Keren | Stijgen en dalen | Staan, zitten, liggen | Bedienen


Gebruiken Routes Ruimten Objecten